[website ontwerp] [website maken] [Vogelwacht "Akkerwoude e.o "]
[Vogelwacht "Akkerwoude e.o."]
[Vogelwacht "Akkerwoude e.o "]
[Vogelwacht "Akkerwoude e.o "]
[Vogelwacht "Akkerwoude e.o "]
[Vogelwacht "Akkerwoude e.o "]
[Vogelwacht "Akkerwoude e.o "]
[Vogelwacht "Akkerwoude e.o."]
[Vogelwacht "Akkerwoude e.o "]
[Vogelwacht "Akkerwoude e.o "]
[Vogelwacht "Akkerwoude e.o "]
[Vogelwacht "Akkerwoude e.o "]
[Vogelwacht "Akkerwoude e.o "]
[Vogelwacht "Akkerwoude e.o "]
[Vogelwacht "Akkerwoude e.o "]
[Vogelwacht "Akkerwoude e.o "]
[Vogelwacht "Akkerwoude e.o "]
[Vogelwacht "Akkerwoude e.o "]
[Vogelwacht "Akkerwoude e.o "]
[Vogelwacht "Akkerwoude e.o "]
[Vogelwacht "Akkerwoude e.o "]
[Vogelwacht "Akkerwoude e.o "]
[Vogelwacht "Akkerwoude e.o "]
[Vogelwacht "Akkerwoude e.o "]
[Vogelwacht "Akkerwoude e.o "]
[Vogelwacht "Akkerwoude e.o "]
[Vogelwacht "Akkerwoude e.o "]
[Vogelwacht "Akkerwoude e.o "]
[Vogelwacht "Akkerwoude e.o "]
[Vogelwacht "Akkerwoude e.o "]

Nazorg 2018


Vorig jaar veel positieve berichten wat betreft de nazorg en hadden we gehoopt dat het zou resulteren in meer weidevogels. Helaas bleek het niet het geval te zijn, er was er een achteruitgang wat het aantal broedparen betrof. In ons gehele rayon werd de kievit het zwaarst getroffen in 2017 nog 162 broedparen dit jaar 113 een terugval van 30 procent is natuurlijk te veel, de oorzaak hiervan blijft gissen.


Het aantal andere weidevogels bleef wel redelijk stabiel Grutto 27 broedparen, vorig jaar 21; Tureluur 31, vorig jaar 27 en de Scholekster 17, vorig jaar nog 24 broedparen. De scholekster lijkt met weer een afname langzamer hand uit ons rayon te verdwijnen. Wel kwamen er een aantal meldingen dat scholeksters in de bebouwde kom met jongen werden waargenomen. Bij de eendenvijver in Damwâld 2 paar en in De Falom langs het fietspad / autoweg zelfs 3 ouderpaar met jongen, hoef je als ou­ders niet de zwarte kraai te verjagen maar moet je hopen dat de automobi­list niet alleen oog voor de weg heeft.


De achteruitgang van alle weidevogels is vooral in de gebieden waar geen beheer op zit. In deze velden wordt het erg stil en lijkt het niet meer goed te komen. Wel zijn er nog ideeën en plannen om via kruidenrijk randbeheer en op maïslanden een paar akkers niet in te zaaien het tij te doen keren.

De plas-dras gebieden in ons wachtgebied doen het gelukkig nog wel goed. Zoals de laatste jaren heeft het Bûtefjildgebied (onder beheer van de Noar­delijke Fryske Wâlden) rondom het plas-dras van Kloosterman - Deinum nog steeds een geweldig aantrekking kracht met ruim 40 paar kieviten, een derde van ons hele wachtgebied! Het verslag hiervan door Piet van de Pol­der kunt u elders in deze Fjildpraet lezen. Ook het plas-dras gebied Skrie­zekrite De Koai zijn de resultaten nog wel goed te noemen. Het verslag hierover in Fjildpraet door Johannes Wiegersma.


Is het genoeg om de stand van de weidevogels te behouden als er in de toe­komst alleen nog maar op de speciaal ingerichte gebieden wordt gebroed? Dat de stand van onze geliefde weidevogels steeds meer onder druk staat en achteruit gaat, het wordt steeds moeilijker om dit tegen te houden, maar we blijven meer dan ons best doen met beschermwerkzaamheden. Al is het soms wel frustrerend, nu ook met het bericht dat er in Frankrijk wordt overwogen om vanaf 2020 de jacht op de Grutto weer toe te staan. In een land waar ook jaarlijks nog duizenden kieviten worden neergeknald.

Het is toch te gek voor woorden dat in Frankrijk de grutto's worden doodge­schoten terwijl in ons land alles in het werk wordt gezet om achter­uitgang of zelf uitsterven tegen te gaan.


Tenslotte nog een paar interessante meldingen .                                           

Grutto met succes 5 eieren uitgebroed.

3 paar slobeenden in een rayon waar van 2 zeker zijn uitgekomen.

Scholekster kaapt 2 kievitseieren en gaat zitten broeden plus 3 van zijn eigen resultaat onbekend.


Wij danken onze nazorgers voor al het goede werk wat is gedaan en hopen dat we ook volgend jaar weer een beroep op jullie te mogen doen .


Nazorgcoördinator  Gosse Wijbenga




Skriezekrite 'De Koai' 2018

De resultaten van de weidevogels in skriezekrite DE KOAI in 2018

Evenals in de voorgaande jaren zijn de plasdrasgebieden in deze skriezekrite de enige plaatsen waar de weidevogels nog massaal tot broeden komen. In de omliggende kruidenrijke graslanden en graslanden met een uitgestelde maaidatum liggen de meeste concentraties broedende weidevogels. Na het broedproces verblijven hier tientallen ouden met hun jongen, omdat er volop voedsel en bescherming in het lange gras is te vinden. De beleving die je in en rond deze percelen ziet en voelt is fenomenaal. Ongekende aantallen alarmerende weidevogels met hun jongen hebben zich in deze gebieden verzameld. Vooral door de droogte in mei en juni verbleven nog veel weidevogels met hun jongen tot eind juni in deze natte gebieden. Op sommige plaatsen is het water in de plasdras langer blijven staan terwille van allerlei soorten eenden en weidevogels, waaronder veel plevieren en watersnippen.

De overige weilanden, zonder enige vorm van weidevogelbeheer, bieden helaas geen plaats meer voor de weidevogels en daar is het stil, alleen op sommige maïslanden na.

De BFVW komt eind mei met alarmerende berichten over de weidevogelstand in heel Fryslân: de resultaten zijn bedroevend te noemen. Ruim eenvijfde deel (-23%) minder kieviten zijn er geteld in vergelijking met het vorige jaar. Voor de grutto is dit eveneens een daling met bijna een vijfde deel (-20%) van het aantal getelde broedparen van vorig jaar. Ook de tureluur levert meer dan 15% in; alleen de scholekster laat een positief resultaat van meer dan 5% zien.

Het commentaar van de BFVW hierop is als volgt: “...Maar een populatie die onder druk staat, kan geen tegenslag meer hebben. Bovendien is het met de klimaatverandering de vraag of het bij één extreem jaar blijft of dat er meer zullen volgen. Een sluitende verklaring voor de versnelde afname is echter niet zo eenduidig te geven. Heeft de late vorstinval zoveel effect op de conditie van de vogels gehad dat een deel helemaal niet aan broeden is toegekomen? Is de populatie zo verouderd dat de vruchtbaarheid in het gedrang komt? Is er zo weinig geschikt biotoop beschikbaar of is de predatiedruk zo hoog dat de vogels geen mogelijkheden tot nestelen zien?...”.

En toch kan in het algemeen gesteld worden dat dit voorjaar een van de betere weidevogeljaren is geweest. Vooral van de grutto en tureluur zijn veel jongen volgroeid. Met name in en rond de beide plasdrasgebieden aan de Heechfinne en de plasdras aan de Singel zijn de resultaten bijzonder goed. De predatie in het algemeen viel hier beduidend mee, maar de erg koude periode vlak na het uitkomen van de vroege eieren is bij de kievit wel van invloed geweest.

Kievit

Het aantal broedparen van de kievit is het afgelopen jaar afgenomen tot 40 paar; een afname van liefst 25% in dit gebied. De toename van vorig jaar met 10 broedparen aan de Heechfinne, rond de boerderij van Tabe Lei, is dit jaar volledig achterwege gebleven, waardoor het aantal weer is terugge­zakt naar 40 broedparen. Vanaf de beginsituatie in 2009 is de trend in de grafiek (d.i. de getrokken lijn) van het aantal broedparen in 2018 gestegen van een kleine 30 tot bijna 50 broedparen: gelukkig wel een behoorlijke vooruitgang.

Van deze 40 broedparen zijn bij de 1e alarmtelling in de 3e week van mei toch nog 22 broedparen met jongen geteld. Dit levert een BTS (Bruto Ter­ritoriaal Succes) van 55% en dat is, ondanks de voorjaarsperikelen, toch nog een redelijk goed resultaat (zie ook de BTS-tabel).

Grutto

Bij de grutto is het aantal broedparen ten opzichte van vorig jaar gelijk gebleven (21), maar daar tegenover is het broedsucces des te groter, name­lijk een BTS van 105% bij de 1e alarmtelling en 100% bij de 2e telling. Dit lijkt bijzonder gunstig, want er zijn meer ouderparen met jongen waarge­nomen dan er in totaal aan nesten en broedparen van de grutto zijn gevon­den. Een verschil in aantal is aannemelijk omdat de grutto dit jaar vrij laat was met de eileg en door het lange gras, met name in de kruidenrijke gras­landen, er geen juiste waarneming kon worden vastgesteld. Door een lichte daling van het aantal broedparen, is de toename in de trend vanaf 2009 slechts gering (zo’n 3 broedparen) over de periode van 10 jaar. Twee voor­gaande jaren kunnen hierop van invloed zijn geweest, omdat het aantal volgroeide jongen toen beduidend slechter was. Een paartje grutto’s is meestal vrij honkvast en zij komen ieder jaar op de oude plek terug. In­vloeden van buiten af kunnen deze aantallen behoorlijk verstoren, zoals over heel Fryslân van de BFVW het geval is.

Tureluur

De tureluur is in het algemeen vrij stabiel over die jaren, zo rond de 25 broedparen, met hier en daar een uitschieter naar boven of naar beneden. Zij broeden voornamelijk alleen in en rond de plasdras gebieden en zijn meestal moeilijk als broedgeval te traceren. Hun broedsucces (BTS) is hier wel bijzonder hoog, zo rond de 117% bij de 1e telling en rond de 96% bij de 2e telling, en dat merk je wel aan hun luidruchtige manier van alarme­ring als je het gebied betreedt. Zodra de eieren zijn uitgekomen hebben zij een goed heenkomen in deze natte en voedselrijke gebieden.

Scholekster

Overal in Fryslân neemt het aantal broedparen van de scholekster merk­waardigerwijs beduidend af, hoewel de eerste resultaten van dit jaar iets blijken mee te vallen.

Hier in deze skriezekrite is hun aantal van meer dan 40 broedparen in 2011 in een rap tempo gedaald tot slechts 9 paar in 2018. Slechts enkelen zien kans om hun eieren uit te broeden, voornamelijk beïnvloed door predatie en dat levert slechts een kleine bijdrage in de vooruitgang van deze vogel.

Stippenkaart

In de bijlage 1 is de stippenkaart van het gehele beheergebied van De Koai bijgevoegd. Hierop staan alle gevonden nesten (ronde stip) en getelde broedparen (vierkant blokje) van de 1e vier soorten vermeld. Heel duidelijk is de concentratie van deze weidevogels in en rond de plasdraspercelen te zien.

Verder zijn in de 2e bijlage de alarmtellingen van rond 1 juni vermeld. Ieder gekleurd vierkantje stelt een alarmerend broedpaar van de soort met jongen voor.

Overzicht van het Bruto Territoriaal Succes (alarmtellingen) in De Koai vanaf 2014, in percentages van het aantal getelde broedparen.

Als norm geldt een goed broedsucces jaarlijks van 65%.

                             2014   2015   2016   2017   2018               Resultaat

Kievit                      43      51      36      54      55%             iets te laag

Grutto                     71      67      55      67      100%            vrij goed

Tureluur                  93      88      64      64      96%             vrij goed

Scholekster              40      50      11      64      67%             goed

Zoals uit bovenstaande tabel blijkt, is er jaarlijks een behoorlijke variatie in het aantal getelde broedparen met jongen. De getelde alarmerende broed­vogels zijn bij de kievit iets aan de lage kant en scholekster met uitzonde­ring van 2016 redelijk goed ten opzichte van de 65% norm. Daarentegen scoren de grutto en tureluur bijna ieder jaar vrij goed.

Ik wil hierbij een ieder die in het gebied van De Koai heeft meegewerkt aan het weidevogelbeheer in het afgelopen voorjaar, bijzonder hartelijk bedan­ken voor de fijne samenwerking en ik hoop dit de komende jaren op de­zelfde wijze met u allen te kunnen voortzetten....!


Johannes Wiegersma

Beheerregisseur weidevogels NFW / VALD



Greidefûgels yn it Bûtefjild.


Lyts ferslach resultaat greidefûgels It Bûtefjild.


Dit ferslach giet allinne om de gegevens fan Mts. Kloosterman - Deinum yn it gebiet wat Fûgelwacht Ikkerwâld yn de neisoarch hat. Bram Kloos­terman hat hjir in hiel nijsgjirrich stikje greidefûgelbehear en is oansluten by it greidefûgelkollektyf  Noardlike Fryske Wâlden.

Der hawwe dit jier wer in protte fûgels sitten te brieden en mei in soad suk­ses.


It wie wer in goed greidefûgelseizoen by Mts. Kloosterman-Deinum. De ljippen , tjirken en mei namme de skriezen hawwe it gebietsje no foar de tredde kear mei sukses brûkt om de jongen grut te bringen. Yn 2016 soarge de foks foar in slachting ûnder de fûgels mar mei in twadde lêch kaam it doe dochs noch goed. De skriezen komme der wol elk jier mear. En dat alles hat te krijen mei it behear wat op de perselen leit. Yn 2017 soe der in perseel mei mais op komme mar der wie net op it lân te wêzen fanwege de nêsten en jonge fûgels.

Dit jier stie der winterkoan op en koenen de fûgels mei rêst litten wurde.


In lyts oersjuch fan de resultaten:

  • Ljip               30 briedpearen en nêsten (+ 8 op in braaklizzend

                             perseel fan in bourman)

  • Skries           5 briedpearen en nêsten
  • Tjirk              1 briedpear
  • Strânljip        2 briedpear op braaklizzend lân
  • Alarm telling 2: Skries 8, Tjirk 7, Strânljip 4, Ljip 9
  • Alarm telling 1: hast it selde behalve de Ljip 11


Dat der net safolle ljippen wiene hie te krijen mei in te lette telling foar de ljip. Der wienen al in soad fleanfluch en nei oare gebieten lutsen.

In útwreidich ferslach fan it hiele Bûtefjild komt noch.

          

De plas-dras hat hjir de grutste ynfloed op it tal fûgels. Oant let yn it sei­zoen bliuwe hjir de fûgels om iten sykjen. Sels de hoanst is sjoen mei jon­gen. Kinst hast oannimme dat dy hjir sitten hat te brieden. Dat soe wol hiel bysûnder wêze.

It jeijen op de foks mei ljochtbakken hat net allinne hjir mar yn it hiele Bûtefjild fertuten dien. Der wie amper predaasje waarnommen fan grûn­predatoaren.  De rôffûgels wienen wol aktyf mar krigen troch it grutte tal ûgels minder kâns om harren slach te slaan.

Neisoargers fan de wacht Ikkerwâld en jagers, tige tank foar jimme omtin­ken foar de greidefûgels yn dit moaie stikje Bûtefjild. Mts. Kloosterman – Deinum tige tank foar it behear op dizze perselen, it tinken om de fûgels en it bioferskaat.


Pyt van de Polder

Behearregisseur Noardlike Fryske Wâlden

It Bûtefjild








Op de foto links: enkele oudgedienden van vogelwacht "Akkerwoude e.o.".
Inventariseren na gedane nazorg.
Van links naar rechts: L. Kramer, S. Wiersma, R. Dijkstra en D.T. van der Ploeg.







  

activiteiten

©

opmaak en redactie

website: P.v.d. Galiën

aangesloten bij de BFVW

opgericht: 21 maart 1946

Vogelwacht "Akkerwoude e.o."